Onze economie staat aan de vooravond van een gigantische digitaliseringsgolf die complete sectoren op hun kop zal zetten. Daar zijn zowat alle specialisten het over eens. Ook de banksector zal er niet aan ontsnappen. Maar hoe zal die transformatie eruit zien en hoe kunnen de gevestigde spelers zich wapenen? 360° legde het voor aan Alexander De Croo, minister van o.a. Digitale Agenda, tech entrepreneur Jurgen Ingels en Frank Stockx, Managing Director bij ING en Voorzitter van de Febelfin Payments Council.

Heren, ondanks heel wat politieke en commerciële initiatieven, lijkt België de ecommerce- trein voor een stuk gemist te hebben.

Alexander De Croo (ADC): Van de 10 grootste e-commerce-sites van België zijn er inderdaad maar 2 Belgisch. Dat is erger dan lang werd gedacht. Vroeger ging men er vanuit dat het loon dat mensen besteedden, zorgde voor economische groei en investeringen. En men dacht dat retail beschermd was tegen buitenlandse concurrentie. E-commerce heeft dat op zijn kop gezet. We zien dat op dit moment ongeveer 5% van de Belgische consumptie digitaal is en voor een stuk wegvloeit naar het buitenland. Zonder meteen met een steen te willen gooien: ik vind wel dat werkgevers daar heel lang onwaarschijnlijk defensief tegenover hebben gestaan. Tot voor een paar jaar was de teneur bij sommige captains of industry nog “dat internet een aflopend verhaal was” en dat alles wel weer business as usual ging worden. Dat is een enorme vergissing gebleken.

Maar kunnen we er nog iets aan doen?

ADC: Ik ben zeker niet defaitistisch. Dankzij de digitalisering, big data en internet of things zijn we in een wereld terechtgekomen waarin de drempels om dominant te worden bijzonder laag zijn. De markten zijn nog altijd in volle beweging en veranderen zeer snel. We hebben misschien een achterstand maar we hebben ook troeven. Zeker op het kruispunt tussen digitaal en fysiek, waar volgens mij nog enorme kansen liggen, hebben we in België veel kennis. Als je dat goed aanpakt, kan je nog gigantisch groeien. Maar KMO’s moeten beseffen: vandaag is het misschien nog een opportuniteit, morgen kan het een bedreiging zijn. Het is dus tijd om in actie te schieten.

Jurgen Ingels (JI): Volgens mij gaan we naar een wereld waarin het digitale belangrijker gaat worden dan het fysieke. Je zal altijd een fysieke wereld nodig hebben maar het belang van digitaal gaat nog gigantisch toenemen. Bovendien is e-commerce niet alleen belangrijk voor de e-commerce op zich, maar ook voor alles wat er rond hangt: logistiek en betalingstechnologie bijvoorbeeld. Zeker dat laatste heeft een enorme evolutie gekend omdat e-commerce vereist dat alles in real time gebeurt. Als ik een boek of een liedje download, heeft het natuurlijk geen zin dat mijn betaling eerst 3 dagen bij de banken ligt. Dat moet onmiddellijk gebeuren. E-commerce is een katalysator voor heel veel nieuwe ontwikkelingen op dat vlak. Als je daar dan als regio achterop hinkt, zit je natuurlijk meteen met een achterstand.

ADC: De Belgische industrie heeft een traditie van dominantie in kleine niches: van speelkaarten tot biljartballen … Het digitale model is daar perfect voor. Ik denk dat het niet zozeer over technologie gaat, dan wel over businessmodellen. Die nieuwe modellen zijn mogelijk “dankzij” technologie. Neem Uber: dat gaat over technologie maar nog veel meer over het soort businessmodel dat zij geïnstalleerd hebben. Als overheid moet je een plaats willen worden waar dat soort businessmodellen kunnen draaien. Ik krijg soms de kritiek dat ik de peer to peer economie te veel vrijheid wil geven. Men vraagt dan: wil je de deur wagenwijd openzetten voor Amerikaanse start-ups? Nee, ik wil vooral de deur openzetten voor Belgische start-ups. Als we in Europa een digitale metropool willen worden, moeten we ook meer vertrouwen krijgen in de digitale economie en niet voortdurend de handrem aantrekken.

alexander-de-croo- Febelfin

Meneer Stockx, in hoeverre ziet u een elektronische, gemakkelijke en veilige betaalmethodiek als de sleutel om zo’n digitale economie mogelijk te maken?

Frank Stockx (FS): Het antwoord daarop is duidelijk, denk ik: 100%. In België zijn we er vorige eeuw in geslaagd om een heel efficiënt en veilig systeem voor elektronisch betaalverkeer op te zetten voor de fysieke wereld. Ondertussen is dat alweer enkele decennia geleden en zijn we sindsdien een beetje in slaap gevallen. Het probleem is dat we wel de oplossingen hebben maar dat we te kort schieten in het gebruiksgemak voor de handelaren, onder meer doordat er te veel oplossingen zijn. Daardoor verliezen die handelaren omzet. Dat zou moeten vereenvoudigd worden, natuurlijk altijd met veiligheid als absolute voorwaarde. Om maar te zeggen: de methodes die nu doorbreken, PayPal bijvoorbeeld, opereren aan hogere kosten dan wat de Belgische banken kunnen in rekening brengen. Daar ligt nog een verkoopoefening in het verschiet voor ons.

Anderzijds: in bijna geen enkel Europees land wordt nog zo veel cash gebruikt als in België. Een Belg haalt gemiddeld 38 keer per jaar geld uit de muur voor zo’n 4.800 EUR per jaar. Moeten we daar paal en perk aan stellen?

JI: Ik denk dat convenience een grote rol zal spelen in dat proces. Alles zal binnenkort via de smartphone verlopen en bepaalde technologieën zullen na verloop van tijd convergeren in een platform. Als mensen erachter komen dat ze daar op een gemakkelijke manier betalingen mee kunnen uitvoeren, dan zal dat ook zo gebeuren. Veel meer zit er niet achter, denk ik. In Zweden is het al zo ver: daar heeft geen mens nog cash op zak. Je betaalt alles elektronisch, tot buskaartjes toe. Maar alles wat er rond hangt, is geïntegreerd: bonnetjes, facturen, betalingsbewijzen … Alles is volledig elektronisch.

Febelfin

FS: Dat gebruiksgemak gaat inderdaad een sterke driver zijn. Er zal waarschijnlijk wel een soort uitzweetperiode nodig zijn om duidelijk te maken dat sommige instrumenten op een bepaald punt zullen verdwijnen. Is dat dan wetgevend werk voor vandaag of morgen? Ik zie in elk geval dat er vandaag soms bepaalde producten gebruikt worden die echt niet meer van deze tijd zijn. Bovendien is het gebruik van cash ook verschrikkelijk duur, dat wordt vaak vergeten.

JI: De infrastructuur van banken is vandaag ook nog maar zelden geconcipieerd om dat convenience aspect helemaal tot zijn recht te laten komen. Er zijn wel apps e.d. , maar de integratie van die apps met de back office, dat is echt niet triviaal. Je zou bijna omgekeerd moeten werken: een compleet nieuwe digitale bankinfrastructuur bouwen en van daaruit apps ontwikkelen. Maar goed, of dat realistisch is, is een andere zaak natuurlijk.

ADC: Wat je hier beschrijft, is een beetje de wet van de remmende voorsprong. Ik heb in heel mijn leven nog nooit een cheque gebruikt, behalve in de VS en in Frankrijk. Wat aantoont dat we lange tijd hebben voorgelopen op andere landen, met Bancontact en Mister Cash, twee zeer robuuste systemen. Maar we zijn een beetje blijven steken en daarom hebben we die e-commerce ook voor een deel gemist. Doordat de samenwerking tussen de banken zo goed ging, was iedereen tevreden. Nu pas beginnen we opnieuw individuele innovatie te zien, via onder meer apps. Samengevat: wil je in België e-commerce boosten, dan moet je betalingssystemen hebben waarin mensen zich herkennen. In ons land hebben consumenten vertrouwen in de banken en in Bancontact. Maar dat wil niet zeggen dat er geen zaken kunnen veranderen. Er staan externe dreigingen voor de deur. Het zou voor de Belgische banksector echt dramatisch zijn als hij het betalingsverkeer verliest.

Moet er op wetgevend vlak dan nog iets gebeuren?

ADC: De limieten op cash zijn al naar beneden gehaald. Ik geloof ook eerder in het verhaal van convenience. Kijk, ik ga zelf een keer per week naar de bakker, meestal op zondag. Ik heb hem de Uber app al eens laten zien. En hij vroeg zich af wat hij daarmee kan doen. Wel, waarom niet bijvoorbeeld met een app bestellingen laten doorgeven? Je komt dan als klant in de bakkerij, je drukt op je smartphone en heel de betaling is afgehandeld. Die bakker moet zich van zijn boekhouding en betaling niks meer aantrekken, die moet alleen maar bakken en achter zijn toog staan.

FS: Ik ben het er absoluut mee eens dat wat je ook doet, het in twee of drie kliks moet afgehandeld zijn. Dat en veiligheid: dat zijn basisvoorwaarden.

ADC: Ik merk dat bij mezelf. Als ik online iets koop en ik moet mijn bakje gaan zoeken, dan is mijn zin om te kopen vaak al over. Je ziet in de statistieken dat dat voor bijna alle surfers geldt. Wat is dan het alternatief? Je kredietkaart op de site zelf laten bewaren. Wat natuurlijk levensgevaarlijk is. Dat is zoals in de fysieke wereld je sleutel op de voordeur laten steken. Als je dat doet, zal je verzekering zelfs niet tussenkomen als je dieven over de vloer hebt gekregen. Maar online kan dat nog altijd.

We hebben kennis, kunde, durf en creativiteit. We zijn nog te bescheiden maar soms is het goed om een beetje meer bullish te zijn – Frank Stockx

Van Apple Pay, Google Wallet, Amazon … hoor je vaak dat ze eigenlijk niet geïnteresseerd zijn in logge, dure bankactiviteiten maar enkel in betalingsverkeer. Zo kunnen ze ook hun big data technieken loslaten op de bestedingspatronen van consumenten. Onze gewone banken kunnen dat (nog) niet. Hoe moeten ze daar mee omgaan? Partnerships afsluiten met de technologiereuzen?

JI: Die technologiespelers verschillen in de manier waarop ze te werk gaan sowieso sterk van banken. Ze zijn heel data driven, alles gebeurt in real time, ze zijn heel cost centric in plaats van product centric, hun interfaces zijn heel intuïtief… Dat zijn eigenschappen die ervoor zorgen dat consumenten aan banken vragen: zeg, waarom krijg ik dat bij jullie niet? Zo zetten ze de banken onder druk. Op termijn zullen de banken waarschijnlijk geen andere keuze hebben dan die eigenschappen ook in hun oplossingen en apps in te bouwen. Als ze daarin slagen, is de kans dat de klant vertrekt al een heel stuk kleiner.

Ik geef een voorbeeld: stel dat ik een huis wil kopen. Van dat huis maak ik een foto met mijn telefoon. Met die foto zou de app van de bank mij kunnen vertellen hoeveel de gemiddelde prijs van een huis in die straat is, hoeveel huizen er al verkocht zijn … Voor de bank is het ook interessant om nieuwe diensten te ontwikkelen. Stel dat een bank een scan app maakt waarmee uw bakker zijn facturen kan inscannen om automatisch zijn boekhouding te doen. Hij krijgt meteen een profit & loss en een balans voorgeschoteld en weet wat hij verdiend heeft. De bank heeft zo dan weer zicht op het bestedingspatroon van de bakker en kan hem helpen om efficiënter te gaan werken. Als dat soort oplossingen werkelijkheid worden, hebben banken zeker een kans want dan komt weer dat vertrouwen om de hoek kijken. Dat is een enorm voordeel voor hen maar ze kunnen er ook niet te lang op teren.

jurgen-ingels- Febelfin

FS: In wezen verwelkomen we dit soort concurrentie, laat dat wel duidelijk zijn. Het zet iedereen aan om te innoveren en scherp te blijven. Maar banken hebben ook nog een andere rol voor hun klanten: hen helpen bij hun business, ervoor zorgen dat ze zelf de revolutie en de opportuniteiten niet missen en hen laten begrijpen dat digitaliseren hun manier van werken zal veranderen. Daar valt ook nog heel wat te doen en daar wordt eigenlijk te weinig over gesproken.

JI: Voor banken ligt er ook een rol weggelegd in het ter beschikking stellen van API’s, application programming interfaces, waarbij je data kunt gaan incorporeren in apps. Dat kunnen apps zijn die ze zelf bouwen of die derde partijen maken. En dat maakt dat je als bank controle houdt over die data want je kan zelf beslissen hoeveel gegevens je via die API aanbiedt.

Dat lijkt me ook een ethische kwestie te zijn.

FS: Dat is zo. Voor ons is het duidelijk: de data die we verzamelen, kunnen uitsluitend gebruikt worden voor het beter leven van de klant, en dat enkel binnen bankactiviteiten. Daar stopt het dan ook want alles wat daarbuiten valt, schaadt het vertrouwen.

Er is trouwens nog een punt: de snelheid waarmee wij en de economie vooruit kunnen, hangt volgens mij sterk af van de snelheid waarmee je nieuwe initiatieven kan adopteren. Als banken hebben we er belang bij om partnerships af te sluiten met diegenen die ons kunnen versnellen. Maar om te blijven versnellen, zullen we moeten zorgen dat onze opleidingen aangepast worden. Onze kinderen zullen moeten leren programmeren. Niet alleen om met die technologie te kunnen omgaan maar ook om zelf technologie te maken. Daar valt ook nog heel veel te doen.

alexander-de-croo

ADC: Je hebt twee sporen, denk ik. Technologie is onwaarschijnlijk eenvoudiger geworden, de laatste jaren. Als je vergelijkt hoe je in de jaren tachtig met MS-DOS commando’s aan de slag moest, met de manier waarop het nu werkt … Dat is een enorme sprong voorwaarts. Dat toont ook wel aan dat de markt werkt en ervoor zorgt dat gebruiksgemak automatisch volgt.

Anderzijds: de “verkleutering” van technologie mag ons niet in slaap wiegen. We zullen altijd mensen nodig hebben die ook onder de motorkap met die technologie aan de slag kunnen. Ik hoor vaak de vraag: met al die robotica en artificiële intelligentie, gaan we nog jobs hebben in de toekomst? Ik ben absoluut overtuigd dat dat zo zal zijn. The Guardian berichtte onlangs nog over een studie die aantoonde dat technologie zorgt voor een positief saldo aan jobs. Dat was in het verleden zo, dat zal in de toekomst net hetzelfde zijn. Wat zullen die jobs zijn? Geen idee. Maar, wetende wat we nu weten, kunnen we daar wel al over nadenken. Wat zal over twintig jaar de toegevoegde waarde zijn van de mens? Dat zijn ook zaken die ik nu al in ons onderwijs wil zien opduiken. Dat debat vindt niet plaats.

Ondertussen zijn programmeur en IT-specialist wel knelpuntberoepen geworden.

FS: Toen ik CIO was bij ING was de grootste uitdaging het vinden van technici en programmeurs. Niet de gewone programmeurs maar mensen die doorgedreven kunnen programmeren en exact weten wat de mogelijkheden van de technologie zijn. Dat is inderdaad een knelpuntberoep.

JI: Toen onze generatie afstudeerde, was onze houdbaarheidsdatum pakweg vijftig jaar. Je kon je links en rechts wel wat bijscholen maar echt noodzakelijk was dat niet. Bij mensen die nu afstuderen, is die houdbaarheidsdatum misschien twintig jaar. En die evolutie versnelt nog. We zullen dus moeten nadenken hoe we die mensen na twintig jaar gaan rebooten zodat ze er weer tegenaan kunnen.

Ik denk dat we op een punt gaan komen waar mensen zich doorgedreven gaan moeten specialiseren omdat ze niet alles kunnen doen. Hun heel gespecialiseerde kennis zullen ze dan aan vier, vijf bedrijven aanbieden. Tien jaar geleden was ik behoorlijk goed in programmeren met Excel. Maar als ik nu jonge gasten met Excel bezig zie … Wat ik op drie uur doe, doen zij op vijf minuten. En ondertussen denk ik nog altijd dat ik goed bezig ben (lacht).

ADC: Je mag ook niet afglijden naar een economie van Einsteins, waar enkel de superbegaafden nog enige toegevoegde waarde bieden en al de anderen niet meer. Voor een aantal beroepen zal het in de toekomst vooral gaan over brute intelligentie en abstract vermogen maar emotionele en creatieve elementen zullen evenzeer nodig blijven, zodat iedereen aan de maatschappij kan deelnemen. Ook daar moet een overheid een rol in spelen.

Met alle nieuwe digitale mogelijkheden die op ons afkomen, wordt uiteraard ook het hoofdstuk privacy almaar urgenter. Hoe gaat dat evolueren?

ADC: Ik denk dat het begrip privacy een heel individueel gegeven gaat worden. Iets wat je zelf definieert. Vandaag is dat nog tick the box, mensen vinken maar aan, zonder zelf goed te beseffen waar ze nu eigenlijk toestemming voor geven. Ik denk dat het veel tastbaarder en concreter gemaakt moet worden en dat instituten veel beter moeten uitleggen wat ze hebben en wat er mee gebeurt. De overheid zal zeker een bepaalde inspectierol krijgen en die zal ook verder gaan dan vandaag, denk ik.

Binnenkort komt een nieuwe wetgeving over Open Data in het parlement, een maatregel waarbij we de data waarover de overheid beschikt, gaan vrijgeven omdat we vinden dat dat in se niet onze data is maar die van de burgers. Er zijn eigenlijk maar 2 regels die daar gelden: als het de veiligheid in gevaar brengt, kunnen we er een limiet op zetten en, ten tweede, het kan niet de bedoeling zijn om mensen individueel te gaan targetten met die data. Als je drie, vier datasets gaat combineren, dan ga je al heel snel die regels overtreden. Je kan dus bijna niet anders dan een orgaan installeren dat binnen bedrijven en organisaties zulke dingen in de gaten houdt.

Vandaag is digitaal nog een opportuniteit, morgen kan het een bedreiging zijn – Alexander De Croo

Is het aan de overheid om die grenzen te stellen? En te zeggen: dit soort gegevens mag je niet commercialiseren?

FS: Dat gebeurt voor een deel al via de Data Protection Directive. Die zegt aan welke voorwaarden data moet voldoen, wanneer ze gewist moet worden …. De vraag is natuurlijk ook hoe andere landen daarmee omgaan. Als een land beperkt wordt, krijgt een ander voorsprong. Het vraagt een level playing field.

Hoe staat de banksector hier tegenover? Uit studies blijkt dat gegevens als geboorteplaats, geslacht of burgerlijke staat voor de meeste mensen gecommercialiseerd mogen worden. Interessantere zaken als het inkomen, spaartegoeden, bestedingspatroon … Dat ligt blijkbaar stukken gevoeliger.

FS: Dat is opnieuw een ethisch vraagstuk. De perimeter ligt volgens mij bij de vraag hoe het ons helpt om betere services te bieden en hoe het de klant helpt in zijn activiteiten.

Is dat genoeg om het op te nemen tegen de Googles van deze wereld?

FS: Daar speelt die vertrouwensrelatie weer een rol. Voor mij maakt dat toch een groot stuk uit van de USP, unique selling position, van een “echte” bank.

JI: Er zijn nu wel heel veel fintech start-ups, maar als die groot worden, zullen die van de overheid aan dezelfde regels moeten voldoen als andere banken. Daar ben ik van overtuigd. Ofwel vormen ze zichzelf om tot een bank, ofwel gaan ze met een bank samenwerken. De technologiespelers zullen niet anders kunnen.

FS: Als je te ver gaat in het gebruik van data, schiet je in je eigen voet. De consumenten worden volwassen en zullen meer oog gaan krijgen voor de vraag: wie gebruikt mijn data en waarom? Het hangt wat af van tot welke generatie je behoort, maar ik ken nu al mensen die apps van bepaalde spelers daarom niet wensen te gebruiken.

frank-stockx- Febelfin

ADC: Ik denk ook dat mensen op een bepaald moment keuzes zullen maken voor organisaties die ze vertrouwen. Als je nu ziet wat er met die gehackte overspelsite gebeurd is. OK, je kan zeggen de maatschappelijke impact daarvan is al bij al beperkt …

FS: Behalve voor diegenen die lid waren (lacht) …

ADC: Stel dat zoiets gebeurd met betaalgegevens of met medische data … Dat is een onwaarschijnlijk risico. Voor elke organisatie, zowel commercieel als van de overheid, zal het vertrouwen van de gebruikers een zeer kostbaar goed worden. En vertrouwen verlies je in galop maar het komt maar te voet terug.

JI: De manier waarop er nu mee omgesprongen wordt, toont ook aan dat security en beveiliging aan de serverkant een business op zich is geworden. Als regio denk ik dat we daarrond best wel wat bedrijven zouden mogen creëren. In Leuven bijvoorbeeld is daar heel veel kennis rond. In de VS en Scandinavië zijn er al wat initiatieven maar er is nog een mooie opportuniteit om de beveiliging rond servers en apps te gaan aanpakken.

D.C.: Mensen gaan ook zelf hun verantwoordelijkheid mee moeten opnemen. Het aantal diefstallen en klassieke bankovervallen is enorm gedaald maar het aantal digitale inbraken en gevallen van phishing is dan weer zwaar gestegen. Dat is natuurlijk de creativiteit van de cyberdief die almaar groter wordt. Maar de gewone consument zal moeten leren om ook daar de sleutel van de voordeur te halen.

Nog even over big data: kan België een rol van betekenis spelen als het over de verwerking van big data gaat?

ADC: Je hebt vooreerst de fysieke hosting. Het datacentrum van Google in Bergen laat zien dat België een attractieve locatie is om zulke zaken te doen. We hebben daar zeker iets te bieden maar voor de overheid gaat het volgens mij daarbij enkel om de juiste randvoorwaarden te scheppen.

Het andere aspect is het analysewerk, het domein waar echt de grenzen verlegd worden. Ik denk dat we daar wel een paar signalen kunnen geven. Wat we bijvoorbeeld doen rond overheidsdata en het feit dat we daar zeer ver in willen gaan, is zeker een goede zaak. Een tweede dimensie hierbij is talent en mensen. Als je kijkt naar de wetenschappelijke achtergrond, innovatie, kennis en kunde, heeft België geen enkele reden om zich te schamen op dit gebied. We hebben schitterende mensen. Neem nu bijvoorbeeld Sparkcentral. De reden waarom dat bedrijf naar de VS is gegaan, is voor de commercialisering en om te schalen. Dat is wat de Amerikanen veel beter onder de knie hebben dan wij. Maar een deel van het codeerwerk blijft wel hier, ook al omdat onze loonkost qua coding eigenlijk helemaal niet zo hoog ligt, vergeleken met de VS. Plus: als je een programmeur aanneemt in Silicon Valley, is de kans groot dat je hem na 6 maanden weer kwijt bent aan een ander bedrijf. Hier zitten we wat dat betreft toch in een heel andere context.

Qua mensen zitten we dus goed, maar ik zou natuurlijk graag hebben dat dat schalen naar een hoger niveau hier ook kan. Alleen is onze markt daarvoor vaak veel te klein. Zonder eengemaakte digitale markt in Europa zal dat zo blijven, ondanks onze 500 miljoen consumenten. Bovendien ontbreekt er een echte Europese kapitaalmarkt. Voldoende funding vinden is nog een bijkomend probleem.

FS: Dat is inderdaad zo. Startkapitaal vinden, dat lukt vaak nog wel, maar daarna echte leverage creëren is zeer moeilijk.

JI: Als je 5 à 10 miljoen EUR omzet doet, om dan de sprong te maken naar 100 miljoen … Dat gefinancierd krijgen, is een fikse uitdaging. In België pakweg 50 miljoen EUR verzamelen, is bijna onmogelijk omdat het kapitaal zo versnipperd is. De GIMV kan misschien 10 of 15 miljoen EUR bijdragen. Nog een paar anderen ook, maar dan heb je het wel ongeveer gehad.

ADC: Ik heb trouwens ook een beetje schrik van de manier waarop de EU die Amerikaanse platformen aanpakt. Zij zeggen: we hebben schrik van die nieuwe initiatieven, dus we gaan ze proberen te stoppen met antikartelmaatregelen. Pas op, misschien is dat gerechtvaardigd hoor, ik ken de details van die dossiers niet genoeg. Maar … antikartelmaatregelen nemen, gaat nooit genoeg zijn om Europa een voorsprong te geven. Dat kan alleen als we onze eigen platformen gaan bouwen. Daar zitten we nog lang niet. Dus ja, België kan zeker iets betekenen in deze materie maar we hebben nog heel veel te winnen bij one big market.

Wat financiële technologie betreft, kan ons land goede papieren voorleggen, denk maar aan Bancontact/Mister Cash, maar ook aan Isabel of SWIFT bijvoorbeeld. Heeft België een kans om aan de volgende ronde deel te nemen, nu er overal in de wereld nieuwe fintech initiatieven opduiken?

jurgen-ingels

JI: Ik denk het wel, maar we zullen het anders moeten aanpakken dan toen. Als ik naar mezelf kijk: de manier waarop we Clear2Pay begonnen, dat zou vandaag niet meer lukken. Hoe je software bouwt, hoe je naar de markt trekt … Dat is ongelooflijk veranderd intussen. We bouwden een B2B-oplossing, vandaag moet je eigenlijk B2C gaan. We bouwden een oplossing voor één sector, de banken, vandaag moet je een product hebben dat multisectorieel is. De toekomst zit hem in een platform te gaan bouwen via API’s, om met andere applicaties toegevoegde waarde te hebben en de eindklant zo goed mogelijk te begrijpen en te gaan bedienen. Een soort ecosysteem met allerlei kleine bedrijfjes, rond onder meer betaling en veiligheid, om zo tot een totaaloplossing te komen.

De manier waarop banken IT inkopen, is compleet anders dan in onze tijd. De grote internationale spelers kopen geen kleine stukjes software van verschillende partijen meer, die dan door een integrator samengevoegd worden. Je moet nu een end-to-end oplossing kunnen aanbieden die in de cloud draait en die meteen wereldwijd kan ingezet worden. Al die ontwikkelingen gaan zodanig snel tegenwoordig, dat je zoiets op je eentje niet meer kan bouwen. Daarom moet je dat dus onder de vorm van een ecosysteem doen.

Fintech is een zeer breed begrip. Moeten wij, Belgen, ons dan best op de niches concentreren?

JI: Ik denk het wel. Nederland is bijvoorbeeld veel beter in B2C, meer consumentengerichte applicaties. Belgen zijn zeer goed in infrastructuur, het bouwen van kritische back office installaties en alles wat betreft security. Dat kunnen we, dat hebben we al bewezen en daar hebben we ook de mensen voor.

En er is een unieke opportuniteit om zo’n platform te gaan bouwen via API’s. En dat platform hoeft ook geen apart bedrijf te zijn. Dat kunnen even goed 4 of 5 banken zijn die besluiten om samen een platform van de toekomst te gaan maken. Een volledig nieuw core systeem, net zoals we dat vroeger ook voor payments hebben gedaan, maar dat nu nog veel breder gaat.

FS: We mogen ook niet te bescheiden zijn. Kapitaal is natuurlijk belangrijk, maar dat leidt niet de facto tot fantastische oplossingen. Kennis, kunde, durf en creativiteit: dat zijn de eigenschappen die je nodig hebt. En die hebben we. Belgische banken zijn mee, hoor, in dit soort zaken. Onze bedrijven ook, kijk bijvoorbeeld naar een NGData om er maar eentje te noemen. Als dat kapitaal nog zou volgen, dan zouden we meer successen à la Sparkcentral hebben. Maar we zijn nog te bescheiden, soms is het ook goed om een beetje meer bullish te zijn.

ADC: Ik denk dat dat ook een dieper maatschappelijk probleem is. Hoe komt ondernemerschap hier in het nieuws? Negen op de tien keer is dat door slecht nieuws, door stakingen, door crises, door lange gezichten. En eigenlijk hoeft dat absoluut niet zo te zijn. We moeten niet blind euforisch zijn, maar we zouden toch meer aandacht moeten hebben voor onze troeven en de dingen die we goed doen. Veel ondernemers vinden dat ze te weinig respect krijgen en ik kan hen daar zeker in volgen. Maar om respect te krijgen, moet je ook naar buiten komen en tonen waar je voor staat. De ondernemer mag gerust een beetje meer rockster worden. Zodat zestienjarigen niet alleen naar voetballers opkijken maar misschien ook naar een inspirerende bedrijfsleider. Als je die goede ideeën hebt en als die begeleiding er is, dan volgt kapitaal wel, daar ben ik van overtuigd.

FS: Je zult dan natuurlijk wel moeten kunnen aanvaarden dat er af en toe ook al eens iets mislukt en dat is iets waar wij qua cultuur en mentaliteit nog wel wat werk aan hebben. Mensen worden hier nog te veel afgestraft als ze hun nek hebben uitgestoken en hun project niet gelukt is.

In België hebben we al wel een paar hubs die goed draaien, biotech bijvoorbeeld. Het kapitaal is daarmee vertrouwd, ons onderwijs is er op toegespitst, er zijn goede patentregelingen, fiscale stimuli voor onderzoekers … Moeten we voor fintech ook die randvoorwaarden gaan installeren?

ADC: Ik sta zeker open voor suggesties voor alle zaken. Er is absoluut een wil om financiële middelen in ons land los te maken voor risicodragende activiteiten die toegevoegde waarde brengen. Dat gezegd zijnde: moet een overheid kiezen? Ik vind dat een zeer delicate discussie. Omdat de track record van overheden die industrieën uitkiezen, ab-so-luut rampzalig is. We zijn daar gewoonweg slecht in en eigenlijk mag je ons ook niet in die positie zetten. Een typische economische actor redeneert volgens bepaalde risk-return redenering. Je zet een bepaald risico af tegen een bepaalde opbrengst en dat drijft je in een bepaalde richting. Voor een politicus is die risk-return iets compleet anders: verkozen worden, stemmen halen, aan de macht kunnen deelnemen, en zo verder … Dat is een heel andere redenering en vaak één op (te) korte termijn.

Mijn redenering zou zijn om de sector zelf zo’n structuur te laten creëren en een businesskant te laten bouwen, waarna je daar als overheid mee kan instappen en waarvoor je regelingen kan uitwerken. Sectoren ontwikkelen zich omdat er expertise is en er capabele mensen bij betrokken zijn, maar je mag zoiets niet van een overheid verwachten.

FS: Ik ben ermee akkoord dat je de economische risk-return als overheid moeilijk kan spelen, maar je kan wel een intellectuele richting mee aangeven via het onderwijs. En zo kan je natuurlijk wel een duidelijke positie innemen.

ADC: Absoluut. En het hervaloriseren van technisch onderwijs, waar we vroeger heel succesvol mee waren, zie ik als een heel belangrijke uitdaging. Veel te veel slimme jonge mensen worden nu in de richting van Latijn en Humane Wetenschappen geduwd en te weinig gestimuleerd voor exacte richtingen. En daar kan je als overheid wel iets aan doen. Er beweegt trouwens al een en ander, met STEM-onderwijs (Science, Technology, Engineering, Math) dat aan het boomen is. Vaak zijn dat nog individuele initiatieven van scholen maar ik vind dat prima. Laat hen maar doen, je moet dat als overheid ook niet beginnen overreguleren. Maar ik denk wel na over initiatieven die dat wat breder kunnen opentrekken. Want dat is nu nog vaak het probleem: zaken als bijvoorbeeld Coderdojo zijn geweldig maar wiens kinderen gaan daar naartoe? De kinderen van ouders die daar zelf al in geïnteresseerd zijn.

Een laatste topic: ere-gouverneur Luc Coene schuift de mutualisering van back officetoepassingen naar voor om banken hun kosten onder controle te laten houden. Delen jullie die visie?

J.I.: De concurrentie tussen banken zal in de toekomst eerder aan de front office gebeuren, denk ik, maar zonder efficiënte back office zal je sowieso niet kunnen meespelen. De vraag is dan inderdaad: moet je dat zelf allemaal gaan ontwikkelen? Op een paar uitzonderingen na van enkele hele grote spelers, is er vandaag geen enkele bank meer die zelf zijn core systemen maakt. En terecht, waarom zou elke bank individueel enorme sommen moeten gaan steken in iets waar je je eigenlijk moeilijk mee kan onderscheiden? Je kan dat beter gezamenlijk doen. Dat onderscheiden zal immers eerder aan de front end gebeuren, met apps en toepassingen waarmee je goed de concurrentie kan aangaan.

FS: Ik denk dat dat nog wel meevalt (lacht). Belgische banken hebben een lange traditie van samenwerken waar mogelijk en competitie waar dat het verschil maakt. Dat is ook een trend die zich doorzet, met bijvoorbeeld Mobile ID. Dat kan voor België het verschil maken; Het is specifiek voor ons land en het is een pool waarin de sector, eventueel met andere spelers, kan samenwerken.

Het enige punt wat op tafel ligt: die banken zijn onderdelen van verschillende groepen. Sommige hebben een strategie om op Europees vlak samen te werken en dan blijven alleen de dingen over die specifiek voor België zijn en die niet aan de mededingingsregels raken. Toegegeven: dat speelveld verkleint wel maar er liggen nog opportuniteiten. Denk maar aan cash of heel de ATM-omgeving. Met core systemen zal dat toch moeilijker worden. Hoe dieper je in de bank doordringt, hoe minder evident dit is.

JI: Nochtans internationaal zie je die beweging al, hoor. Een Australische bank die met een Chileense bank samenwerkt en samen een core systeem bouwen en code uitwisselen … Die eerste stappen zijn al gezet. Er gaat ongetwijfeld ook een technologiebedrijf komen dat een systeem gaat aanbieden dat je bovenop je legacy systeem kan draaien en waarmee al die mogelijkheden van API’s en apps naar boven komen.

Om af te sluiten, heren, welk advies zouden de sprekers uit de privé willen geven aan de politiek en omgekeerd?

FS: Heel simpel: onderstreep wat meer onze exportmogelijkheden. Ik denk dat dat een wervend verhaal kan worden.

JI: Digitaal staat nog maar aan het begin van wat het ooit zal zijn. Dus elke investering die de overheid kan doen om het digitale verhaal aan te moedigen, moeten ze voor honderd procent aanpakken en stimuleren. The best is yet to come.

ADC.: Ik zou aan onze industrie willen vragen om offensief te zijn en de boodschap breed te brengen. Het digitale verhaal is er voor iedereen, van degenen die er door geobsedeerd zijn tot degenen die denken dat ze er nog niets mee te maken hebben. We zullen ook allemaal samen onze KMO-wereld moeten wakker schudden: de overheid, maar ook de financiële wereld die een partner van hen is en de start-ups. We moeten af van de splitsing tussen degenen die mee zijn en niet mee zijn. Idem voor de sectoren: de grootste verandering zit er aan te komen in de dull industries, degenen die denken dat het hen niet zal overkomen. Als je de combinatie neemt van digitaal, big data en internet of things: elke sector zal er iets mee moeten doen, onvermijdelijk.